De gevolgen van het nieuwe Bazel-II Akkoord voor de financiering van uw onderneming | |
|
Bazel-II is het nieuwe regelgevingskader waarbinnen alle banken moeten gaan werken. Het doel van dit kader is de stabiliteit van de financiële sector te waarborgen. Een onderdeel hiervan is een totaalbenadering van risico.
De eerste fase van het Akkoord zal in 2007 van kracht worden. De tweede fase zal worden geïmplementeerd in 2008.
Het Akkoord bepaalt hoeveel vermogen banken moeten aanhouden voor verstrekte leningen. Daarnaast bepaalt het Akkoord dat dit vermogen een betere afspiegeling moet zijn van de feitelijke kredietrisico's die zijn verbonden aan de ondernemingen waaraan de banken kredieten verstrekken.
Banken die de meest verfijnde methodes toepassen bij hun risicobeheer worden beloond met een lager aan te houden vermogenseis ten opzichte van de huidige situatie. Voor ondernemingen met een goed risicoprofiel kunnen kredieten goedkoper worden.
De opzet is dat een vergroting van de transparantie van de financiële verslaglegging door ondernemingen en van de informatie die wordt verstrekt aan banken resulteert in meer objectiviteit bij de toekenning van nieuwe kredietlijnen. Naarmate een onderneming een gunstiger risicoprofiel heeft zal de credit rating verbeteren en kunnen condities en voorwaarden van de bank gunstiger zijn.
Kredietwaardigheid nog meer aandachtspunt voor het management
De kredietwaardigheid van een onderneming is een aandachtspunt dat nog belangrijker wordt voor het management. Een efficiënter debiteurenbeheer, een goede betalingsverleden en een actuele financiële rapportage dragen onder mee bij aan het verkrijgen van een betere credit rating.
Banken gebruiken bij het beoordelen van kredietrisico's zowel kwantitatieve als kwalitatieve criteria. De kwantitatieve factoren betreffende de solvabiliteit, liquiditeit, winstgevendheid, het vermogen om leningen af te lossen en zekerheden. De kwalitatieve factoren betreffen de kwaliteit en de expertise van het management, het marktklimaat en de juridische vorm van de onderneming. Banken maken gebruik van vele verschillende informatiebronnen, variërend van balansen en winst- en verliesrekeningen tot ondernemingsplannen, maar voeren daarnaast ook gesprekken met het management.
Een onderneming die een slechte credit rating behaalt, volgens de kredietbeoordeling van een bank, kan problemen krijgen. Onder Bazel-II zou de bank uit risico-technische of commerciële overwegingen mogelijk het krediet duurder kunnen maken, uitstaande kredietlijnen beperken of geen lening verstrekken.
Om ervoor te zorgen dat hun kredietrisico of rating gunstiger wordt beoordeeld, kunnen ondernemingen meer gebruik gaan maken van off-balance financiering, zoals leasing of factoring. Een andere mogelijkheid is financiering door middel van private equity.
Onderkapitalisatie is een hypotheek op de toekomst
Onder Bazel-II zal de kwaliteit van het management, het vermogen van de onderneming om de lening af te lossen en voldoende eigen vermogen zonder twijfel de meest fundamentele criteria blijven voor het al dan niet verstrekken van een krediet.
Ondernemingen tonen op basis van een gedegen ondernemingsplan en hun historische cash flow aan dat zij in staat zijn leningen af te lossen. Onder Bazel II worden de kasstromen die ondernemingen kunnen laten zien belangrijker.
Ondernemingen moeten ook kunnen laten zien hoe hun begroting eruit ziet. Directies van kleine en middelgrote ondernemingen zullen hier zeker aandacht aan moeten gaan besteden. Uitkeringen in natura en de scheiding tussen zakelijke en privé bezittingen moeten goed worden georganiseerd.
Bazel II heeft tevens ingrijpende gevolgen voor het eigen vermogen, omdat onderkapitalisatie sterker zal worden afgestraft. Onderkapitalisatie wordt over het algemeen ingegeven door fiscale argumenten, want als gevolg van het historisch hoge niveau van de belastingdruk in veel landen is overkapitalisatie synoniem geworden met een duur prijskaartje. Te veel ondernemingen hebben een te hoge financiering. In Europa bijvoorbeeld, vertegenwoordigen bankleningen 22% van de totale financiering, vergeleken met 12% het Verenigd Koninkrijk en 4% in de VS.
Aanbevelingen voor ondernemingen
Met welke voorzorgsmaatregelen kan een bedrijf een slechte beoordeling van het kredietrisico voorkomen? De Europese Commissie heeft aanbevelingen gedaan en deze vormen de basisregels voor ondernemingen met kredieten binnen de nieuwe Bazel II omgeving.
De wijze waarop informatie wordt verzameld en de systemen die worden gebruikt voor het toekennen van credit ratings variëren van bank tot bank. Een van de aanbevelingen is dat ondernemingen direct informatie moeten verkrijgen over het soort documentatie dat de bank verstrekt, over de wijze waarop kredietbeoordelingen plaatsvinden, over de informatie die de bank nodig zal hebben en over de vraag of de bank de resultaten van de kredietbeoordeling bekend zal maken.
Een onderneming moet de discipline ontwikkelen die nodig is om binnen de afgesproken tijd volledige en eenduidige informatie te leveren aan de bank.
Elke bank heeft andere kredietvoorwaarden. Deze voorwaarden worden, in afnemende volgorde van belangrijkheid, bepaald door de volgende factoren: de beoordeling van het kredietrisico, zekerheden (d.w.z. kasmiddelen, onroerend goed, effecten, vorderingen, voorraden, etc., de looptijd van de lening, speciale clausules (maximum solvabiliteit, minimale liquiditeit, verhouding vreemd vermogen/eigen vermogen, etc.), de relatie met de klant, het kredietvolume Kredietnemers kunnen over het algemeen betere voorwaarden bedingen wanneer zij meerdere leningen bij dezelfde bank afsluiten).
Een actief credit rating systeem vereist waakzaamheid van de bestuurders van de onderneming; zij moeten de kwantitatieve en kwalitatieve factoren die van invloed zijn op het risicoprofiel continu in het oog houden.
De bank zal de positie van de onderneming gedurende de looptijd van een krediet op afstand volgen. Tegenvallende cijfers, het aflopen van een leverancierskrediet, een negatief kasstroom of wisselende financiële verhoudingsgetallen kunnen tot gevolg hebben dat de onderneming zich niet houdt aan de voorwaarden voor het krediet en geven een alarmsignaal af.
Vooral is belangrijk dat ondernemingen hun bank op de hoogte stellen van de werkelijke financiële situatie tegen de achtergrond van de ontwikkelingen in de markt.
Tot slot kan een onderneming gebruikmaken van andere soorten financiering, waaronder innovatieve producten.
Maatregelen ter vermindering van de financieringsbehoefte
Samenvattend zorgt Bazel II ervoor dat voor de vraagkant de vereisten voor kredieten heldere worden en het is dan ook de moeite waard om serieus na te denken over maatregelen om de behoefte aan financiering te beperken en over alternatieve kredietproducten, die een ingrijpend effect kunnen hebben op de balans van een onderneming. Ondernemingen met een goed risicoprofiel kunnen voor de financiering waarschijnlijk goedkoper uit zijn omdat de bank minder vermogen hoeft aan te houden.
Ondernemingen kunnen de behoefte aan bankleningen verminderen door gebruik te maken van leasing, factoring en/of door een verbetering van de efficiency. Alle drie komen tot uiting in de activa-kant van de balans. Leasing is van invloed op het werkzaam kapitaal, factoring is van invloed op de debiteurenpositie. Efficiencyverbeteringen zullen leiden tot lagere benodigde activa om hetzelfde rendement te behalen en leiden tot een lagere financieringsbehoefte. Efficiencyverbeteringen kunnen vooral behaald worden door een vermindering van de voorraden en/of reële productiviteitsverbeteringen.
De toepassing van alternatieve vormen van financiering neemt toe. Voorbeelden hiervan zijn private equity, mezzanine structuren en financiële stimuleringsregelingen zoals overheidssubsidies. Deze worden op de balans opgenomen als passiva. Private equity heeft gevolgen voor de vermogenspositie van de onderneming, mezzanine financiering is van invloed op het saldo van opgenomen leningen en de vermogenspositie en subsidies hebben gevolgen voor de opgenomen leningen.
Conclusie
Het resultaat van het Bazel II Akkoord is dat alle banken meer geavanceerde methodes zullen gaan toepassen bij het beoordelen van kredietrisico's. Ondernemingen zullen daarom hun financiële huishouding op orde moeten brengen en het management van die ondernemingen zal het kredietrisicoprofiel moeten optimaliseren. Ondernemingen die regelmatig duidelijke en goed onderbouwde rapportages en cijfers aan hun kredietverschaffers overleggen bevinden zich in een goede onderhandelingspositie.
Voor middelgrote ondernemingen is het nieuwe Akkoord gunstig. Dit segment zal bijzonder belangrijk blijven voor de banken. Naast traditionele vormen van vreemd vermogen, kunnen middelgrote en grotere ondernemingen gebruikmaken van een reeks nieuwe kredietinstrumenten voor specifieke doeleinden, zoals leasing, factoring en private equity, die gunstig effect hebben op hun kredietprofiel.