Fortis Business
Homepage > Onze expertise > Zakenperspectieven

Onze expertise

De notionele interestaftrek: België lanceert fiscale wereldprimeur

De Belgische regering lanceerde zopas haar versie van de notionele interestaftrek of aftrek voor risicokapitaal. Bedoeling is de financiële positie van de Belgische vennootschappen te verbeteren, en tegelijk België aantrekkelijk te houden voor beslissingscentra van buitenlandse ondernemingen. Ook verdwijnt de discriminatie tusssen schuld en eigen vermogen: net zoals rente wordt nu ook dividend een notionele rente op eigen vermogen aftrekbaar.

De wet geldt vanaf aanslagjaar 2007. Ze is van toepassing op alle Belgische vennootschappen en voor alle buitenlandse vennootschappen die in België belast worden als niet-inwoners. De aftrek wordt berekend door vermenigvuldiging van een risicovrije interestvoet met het eigen vermogen of risicokapitaal van de vennootschap.

Met 'risicovrij' bedoelt de wetgever een rentevoet die overeenkomt met de gemiddelde rentevoet voor lineaire obligaties op tien jaar. Momenteel zou dat tarief bijna ongeveer 3,5 % bedragen. Dat tarief wordt jaarlijks vastgesteld en mag in principe nooit hoger liggen dan 6,5 %. Bovendien mag het niet meer dan één procentpunt afwijken van het tarief van het jaar tevoren. Voor kleine vennootschappen ligt het tarief een half procentpunt hoger.

Beperkingen op eigen vermogen en risicokapitaal

Het is denkbaar dat iemand kunstmatig activa in zijn vennootschap opneemt om de basis voor de berekening van de notionele interestaftrek te verhogen. Om dat en andere misbruiken tegen te gaan, voorziet de wet een aantal uitsluitingen en anti-misbruikbepalingen. Verder worden herwaarderingsmeerwaarden en kapitaalsubsidies niet beschouwd als risicokapitaal.

Belastingvoordeel met 'universeel' karakter

Voor Belgische bedrijven vertaalt dat alles zich in een aantrekkelijk belastingvoordeel. Maar ook bepaalde buitenlandse bedrijven zullen er blij mee zijn met de aftrekbaarheid van investeringen die ze doen via hun Belgische vestigingen, Belgisch vastgoed of rechten op Belgisch vastgoed.

Onder welke voorwaarden een buitenlandse onderneming precies in aanmerking komt voor de notionele interestaftrek, zal worden vastgelegd bij Koninklijk Besluit. . In veel landen kan een internationaal actief bedrijf namelijk een regeling treffen met de fiscus om minder belasting te betalen. De aldus vrijgestelde inkomsten worden uiteindelijk toch belast in andere landen. Met het inkomen uit de notionele interestaftrek is dat niet het geval. De EU zelf bepaalt immers dat haar lidstaten het niet mogen belasten.

Nieuw-Zeeland en Brazilië hebben ooit zo'n systeem toegepast, maar dan eenmalig voor specifieke ondernemingen. Onder meer Luxemburg, Zwitserland en Ierland kennen een dergelijk gunstregime systeem alleen voor bepaalde types ondernemingen, maar het 'universele' karakter van de nieuwe Belgische regeling is dan ook uniek in de wereld.

There's no such thing as a free lunch...

Om haar verloren inkomsten te dekken, neemt de Belgische regering echter in één moeite een aantal compenserende maatregelen. Zo zijn de kosten bij de realisatie van een meerwaarde verkoop van aandelen niet langer fiscaal aftrekbaar, maar worden ze afgetrokken van de gerealiseerde meerwaarde.

Dit heeft in praktijk een impact bij de verkoop van aandelen. Ook de gewone interestaftrek voor kleinere bedrijven op de eerste schijf van vijf miljoen euro wordt op nul gezet. Het belastingkrediet voor KMO's wordt afgeschaft. En de KMO die kiest voor een investeringsreserve, wordt drie jaar lang uitgesloten van de aftrek voor risicokapitaal.

Naar top