Ondanks de invoering van de euro enkele jaren geleden kampt de Europese Unie nog steeds met versnipperde markten voor betalingsverkeer. De grote verscheidenheid aan nationale wetten en regels, producten, verwerkingsmethoden en infrastructuren, zorgt voor een inefficiënt betalingsverkeer.
Op 28 januari 2008 wordt de Single Euro Payments Area (SEPA) ingevoerd. Dit zal leiden tot een geïntegreerde Europese markt voor betalingsverkeer in euro. Bedrijven en consumenten kunnen dan in heel Europa betalingen in euro verrichten en ontvangen, op een even veilige en efficiënte manier als momenteel het geval is met binnenlandse betalingen.
Er komen nieuwe, grensoverschrijdende SEPA-betaalinstrumenten, zoals Europese overschrijvingen, Europese domiciliëringen en kaartbetalingen. Deze zullen vanaf januari 2008 operationeel zijn en aanvankelijk naast de binnenlandse systemen bestaan. Verwacht wordt dat eind 2011 de hoeveelheid gebruikers van SEPA-producten zo groot is dat de lokale systemen zullen verdwijnen.
De landen die betrokken zijn bij SEPA, zijn de EU-lidstaten, plus Zwitserland, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen.
De EPC (European Payments Council), als de vertegenwoordiger van de gehele Europese banksector, zorgt voor een ondersteunend technisch kader bij de realisatie van SEPA. Daarnaast creëert de Europese Commissie het algemeen wettelijk kader, de PSD (Payment Services Directive), dat voor de opheffing van de wettelijke barrières zorgt. Uiterlijk 1 november 2009 moet de PSD door de lidstaten van de Europese Unie in nationale wetgeving omgezet worden.
SEPA biedt uw onderneming verschillende potentiële voordelen. Door Europese-overschrijvingen te gebruiken kunt u uw leveranciers in het buitenland even gemakkelijk betalen als die in uw eigen land. De grotere efficiëntie biedt u tijdwinst. Dankzij de
Europese domiciliëringen kunt u vorderingen innen in één gestandaardiseerd formaat en met uniforme valutering en rapportering. Daarmee optimaliseert u uw cashmanagement.